Ducth abstracts

European Journal of Psychotraumatology (EJPT) - Nederlandse samenvattingen

Gezondheid op lange termijn van kinderen na de Eyjafjallajökull vulkaanuitbarsting – Een prospectieve cohort studie

Auteurs: Heidrun Hlodversdottir, Harpa Thorsteinsdottir, Edda Bjork Thordardottir, Urdur Njardvik, Gudrun Petursdottir & Arna Hauksdottir

Originele titelLong-term health of children following the Eyjafjallajökull volcanic eruption – A prospective cohort study.

Achtergrond: Meer dan 500 miljoen mensen wereldwijd leven in een gebied waarin zij worden blootgesteld aan een actieve vulkaan en kinderen zijn een kwetsbare subgroep van dergelijke populaties. Echter, tot op heden zijn er weinig studies gedaan naar de gezondheidseffecten bij kinderen langer dan een jaar na een vulkaanuitbarsting.

Doel: Het onderzoeken van het effect van de Eyjafjallajökull uitbarsting in 2010 op de fysieke en mentale gezondheidssymptomen van kinderen in 2010 en 2013 die zijn blootgesteld aan de uitbarsting en het identificeren van potentiële voorspellende factoren van symptomen.

Methode: In een prospectieve cohort studie was data verzameld in een groep van de volwassen populatie (N=1615) die was blootgesteld aan de 2010 Eyjafjallajökull uitbarsting  en in een groep die niet was blootgesteld (N=697) aan de uitbarsting. De groep die was blootgesteld aan de uitbarsting was vervolgens opgedeeld aan de hand van het blootstellingsniveau. Alle deelnemers beantwoordden in 2010 en 2013 vragen over de eigen ervaren gezondheidsstatus en die van hun kinderen.

Resultaten: In 2010 hadden de kinderen die waren blootgesteld aan de uitbarsting meer kans dan niet-blootgestelde kinderen op het ervaren van luchtwegklachten (matige blootstelling OR 1.47; 95% BI 1.07-2.03; hoge blootstelling OR 1.52; 95% BI 1.03-2.24) en angst/bezorgdheid (matige blootstelling OR 2.39; 95% BI 1.67-3.45; hoge blootstelling OR 2.77; 95% BI 1.81-4.27). Zowel jongens als meisjes hadden een verhoogd risico op symptomen van angst/bezorgdheid, maar alleen jongens die waren blootgesteld hadden een verhoogd risico op het ervaren van hoofdpijn en slaapproblemen vergeleken met niet-blootgestelde jongens. Binnen de groep van blootgestelden, hadden kinderen met een beschadigd huis een verhoogd risico op het ervaren van angst/bezorgdheid (OR 1.62; 95% BI 1.13-2.32) en depressieve stemming (OR 1.55; 95% BI 1.07-2.24) vergelijken met kinderen zonder beschadigd huis. Onder de blootgestelde kinderen was geen significante afname in symptomen gedetecteerd tussen 2010 en 2013.

Conclusies: Nadelige fysieke en mentale gezondheidsproblemen ervaren door kinderen die zijn blootgesteld aan de uitbarsting lijken aan te houden in de 3-jarige periode na de ramp. Deze resultaten onderstrepen het belang van geschikte nazorg voor kinderen en identificatie van potentiële risicogroepen na een natuurramp.

Trefwoorden: Vulkaanuitbarsting, ramp, kinderen, fysieke gezondheid, mentale gezondheid, prospectieve cohort studie

APA formaat citatie: Hlodversdottir, H., Thorsteinsdottir, H., Thordardottir, E. B., Njardvik, U., Petursdottir, G., & Hauksdottir, A. (2018). Long-term health of children following the eyjafjallajökull volcanic eruption: A prospective cohort study.European Journal of Psychotraumatology, 9, 1442601. 10.1080/20008198.2018.1442601 Retrieved from https://doi.org/10.1080/20008198.2018.1442601

Dit artikel is geaccepteerd voor publicatie op 20 januari 2018 en online gepubliceerd op 5 maart 2018.

Vertaald door: Lonneke I.M. Lenferink

Psychosociale aanpassingsproblemen bij volwassenen die in hun jeugd slachtoffer zijn geweest van pesten: de mediërende rol van schaamte.

Auteurs: Ida Frugård Strøm, Helene Flood Aakvaag, Marianne Skogbrott Birkeland, Erika Felix & Siri Thoresen

Originele titel: The Mediating Role of Shame in the Relationship Between Childhood Bullying Victimization and Adult Psychosocial Adjustment

Achtergrond: Psychosociaal leed als gevolg van gepest worden in de jeugd is goed gedocumenteerd. Er is minder bekend over de impact van pesten op psychosociale aanpassingsproblemen in de jong-volwassenheid en over mogelijke mediatoren, zoals schaamte. Bovendien wordt slachtofferschap van pesten vaak apart onderzocht van andere vormen van slachtofferschap.

Doel: Deze studie onderzocht 1) Of er een samenhang is bij slachtoffers van pesten en geweld in hun jeugd met psychosociale aanpassing (stress, functioneren, sociale steun barrières) in de jong-volwassenheid; 2) het unieke effect van slachtofferschap van pesten op psychosociale aanpassing; en 3) of schaamte een mediërende rol speelde in de relatie tussen het slachtofferschap van pesten en deze uitkomsten in de jong-volwassenheid.

Objective: This study investigated 1) whether childhood experiences of bullying victimization and violence were associated with psychosocial adjustment (distress, functioning, social support barriers) in young adulthood; 2) the unique effect of bullying victimization on psychosocial adjustment; and 3) whether shame mediated the relationship between bullying victimization and these outcomes in young adulthood.

Methode: De steekproef bestond uit 681 respondenten (in de leeftijd van 19-37 jaar) van een follow-up studie (2017) uitgevoerd door middel van telefonische interviews, afkomstig van een telefonische gemeenschapssurvey verzameld in 2013.

Resultaten: Regressie analyses lieten zien dat zowel slachtofferschap van pesten als ernstig geweld significant en onafhankelijk van elkaar verbonden zijn met psychisch leed, functioneren negatief beïnvloed, en zorgde voor barrières in sociale steun zoeken in de jong-volwassenheid. Bovendien toont causale mediation analyse aan dat als voor fysiek geweld in de jeugd, seksueel misbruik en sociaal-demografische factoren werd gecontroleerd, schaamte 70% van de relatie tussen slachtofferschap van pesten en psychologische problemen medieerde, 55% van de relatie tussen slachtofferschap van pesten en verminderd functioneren, en 40% van de relatie tussen slachtofferschap van pesten en barrières tot sociale steun.

Conclusies: Onze bevindingen ondersteunen de groeiende hoeveelheid literatuur die slachtofferschap van pesten erkend als een trauma met ernstige en langdurige gevolgen en dat de rol van schaamte verder geëxploreerd moet worden. Het unieke effect dat slachtoffer zijn van pesten in de jeugd heeft, bovenop het effect van geweld, ondersteunt verdere integratie van deze twee onderzoeksdomeinen.

Trefwoorden: pesten, geweld, schaamte, psychosociale aanpassing, jong-volwassenheid

APA formaat citatie:  Strøm, I. F., Aakvaag, H. F., Birkeland, M. S., Felix, E., & Thoresen, S. (2018). The mediating role of shame in the relationship between childhood bullying victimization and adult psychosocial adjustment. European Journal of Psychotraumatology, 9(1), 1418570. 10.1080/20008198.2017.1418570

Dit artikel is online gepubliceerd op 16 januari 2018

Vertaling: Diana van Oort

De behandeling van PTSS bij een oudere volwassen Noorse vrouw gebruikmakend van Narratieve Exposure Therapie: een case rapport

Auteurs: Nina Mørkved & Steven R. Thorp

Originele titel: The Treatment of PTSD in an Older Adult Norwegian Woman Using Narrative Exposure Therapy: A Case Report

Samenvatting: De bulk van literatuur over effectieve behandeling van posttraumatische stressstoornis (PTSS) richt zich op kinderen, volwassenen en jongvolwassenen. Het bewijsmateriaal voor behandeling voor oudere volwassenen is schaars. Dit case rapport presenteert de toepassing van Narratieve Exposure Therapie (NET) bij een 70-jarige Noorse vrouw lijdend aan PTSS ten gevolge van meervoudige traumatische gebeurtenissen in de kindertijd en later in haar leven. NET is een korte, individueel aangepaste, cognitief-gedragstherapeutische therapie voor PTSS, oorspronkelijk ontwikkeld voor overlevers van oorlog en georganiseerd geweld. Sommige aspecten van NET kunnen goed aansluiten bij oudere volwassenen, zoals de beknoptheid, eenvoud en concrete vorm. De therapie bevatte psycho-educatie, een veiligheidslijn/reddingslijn oefening, imaginaire blootstelling en het creëren van een coherent verhaal. Symptomen van depressie en posttraumatische stress bleken verbeterd gedurende de therapie en bij een follow-up. Dit suggereert dat NET mogelijk een effectieve traumabehandeling is voor oudere volwassenen.

Trefwoorden: psychotherapie, traumatische narratieven, seksueel misbruik, emotioneel misbruik, complex trauma

APA formaat citatie: Mørkved, N., & Thorp, S. R. (2018). The treatment of PTSD in an older adult norwegian woman using narrative exposure therapy: A case report. European Journal of Psychotraumatology, 9(1), 1414561. 10.1080/20008198.2017.1414561

Dit artikel is online gepubliceerd op 16 januari 2018

Vertaling: Diana van Oort

PTSS & CPTSS: ICD-11 updates wat betreft concept en metingen in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland en Litouwen

Auteurs: Thanos Karatzias, Marylene Cloitre, Andreas Maercker, Evaldas Kazlauskas, Mark Shevlin, Philip Hyland, Jonathan I. Bisson, Neil P. Roberts & Chris R. Brewin

Originele titel: PTSD & Complex PTSD: ICD-11 Updates on Concept and Measurement in the UK, USA, Germany and Lithuania

Samenvatting: De 11e revisie van de Internationale classificatie van ziekten (ICD-11) van  de Wereldgezondheidsorganisatie stelt twee verschillende aan elkaar verwante condities voor, namelijk posttraumatische stressstoornis (PTSS) en complexe PTSS (CPTSS). Dit paper geeft een update van het meest recente onderzoek naar de conceptuele structuur en het vaststellen van PTSS en CPTSS, daarbij gebruikmakend van de International Trauma Questionnaire (ITQ) zoals voorgesteld door ICD-11, in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland en Litouwen. De eerste bevindingen suggereren dat CPTSS algemeen voorkomt in klinische en bevolkingssteekproeven, hoewel de prevalentie kan variëren tussen de verschillende landen. Er zijn enige aanwijzingen dat CPTSS in klinische steekproeven vaker voorkomt dan PTSS. Ook zijn er enige aanwijzingen dat de ITQ scores betrouwbaar en valide zijn en een adequaat onderscheid kunnen maken tussen PTSS en CPTSS. Verder cross-cultureel onderzoek is nodig om verschillen in prevalentie en incidentie te exploreren tussen PTSS en CPTSS, tussen de verschillende landen, en om voorspellers van PTSS en CPTSS vast te stellen.

Trefwoorden: PTSS, CPTSS, ITQ, prevalentie, ICD-11

APA formaat citatie: Karatzias, T., Cloitre, M., Maercker, A., Kazlauskas, E., Shevlin, M., Hyland, P., . . . Brewin, C. R. (2017). PTSD and complex PTSD: ICD-11 updates on concept and measurement in the UK, USA, germany and lithuania. European Journal of Psychotraumatology, 8, 1418103. 10.1080/20008198.2017.1418103

Dit artikel is online gepubliceerd op 15 januari 2018

Vertaling: Diana van Oort

PTSS Symptomics: netwerk analyses op het gebied van psycho-traumatologie

Auteurs: Cherie Armour, Eiko L. Fried & Miranda Olff

Originele titel:  PTSD Symptomics: Network analyses in the field of Psychotraumatology

Samenvatting: Recent is er toenemende aandacht voor onderzoek naar posttraumatische stressstoornis (PTSS). Hoewel onderzoek zich voornamelijk richt op de dichotomie tussen patiënten gediagnosticeerd met psychische klachten en gezonde controle groepen, – met andere woorden, onderzoek op het niveau van diagnoses – richt recent werk zich op psychopathologie symptomen. Dit ‘’symptomics” onderzoek is tot nu toe schaars, hoewel verschillende studies zich richten op het onderzoeken van de netwerkstructuren van PTSS symptomen. Het huidige speciale thema nummer van EJPT draagt bij  aan de literatuur door met additionele PTSS netwerk studies, die ieder een ander aspect van PTSS bestuderen. We hopen dat dit speciale thema nummer onderzoekers stimuleert om PTSS data te conceptualiseren en modelleren vanuit een netwerk perspectief, waarmee de behandeling kan worden geïnformeerd en de effectiviteit van therapeutische interventies kan worden verbeterd.

Trefwoorden: PTSS, netwerk analyse, Symptomics/het bestuderen van symptomen, symptomen, psychopathologie

APA formaat citatie: Armour, C., Fried, E. I., & Olff, M. (2017). PTSD symptomics: Network analyses in the field of psychotraumatology. European Journal of Psychotraumatology, 8, 1398003. 10.1080/20008198.2017.1398003

Dit artikel is online gepubliceerd op 8 december 2017

Vertaling: Diana van Oort

Een nieuw perspectief op PTSS symptomen na een traumatische versus een stressvolle belangrijke gebeurtenis en de rol van gender.

Auteurs: Lisa J. M. van den BergMarieke S. TollenaarPhilip SpinhovenBrenda W. J. H. Penninx & Bernet M. Elzinga

Originele titel: A New Perspective on PTSD Symptoms after Traumatic vs Stressful Life Events and the Role of Gender

Achtergrond: Intrusieve traumatische herinneringen zijn een kern symptoom van posttraumatische stressstoornis (PTSS), daarom is het erg belangrijk om het optreden ervan te verstoren. Ontwikkeling van intrusies werd belemmerd door visueel-ruimtelijke interventies die tot 24 uur na analoog trauma werden toegepast. Het is onduidelijk of interventies ook later toegepast kunnen worden, en of modaliteit of de belasting van het werkgeheugen cruciale factoren zijn.

Doel: Deze studie testte: 1. Of een visueel-ruimtelijke opdracht zou leiden tot minder intrusieve herinneringen in vergelijking met een alleen-reactivatie groep wanneer die zou worden toegepast na geheugen reactivatie 4 dagen na blootstelling aan analoog trauma (uitgebreide replicatie), 2. Of beide taken (dus een visueel-ruimtelijk gericht taak en de andere meer verbale taak) zou leiden tot minder intrusieve herinneringen dan de alleen-reactivatie groep (interventie effect), en 3. Of de veronderstelde taakmodaliteit (visueel-ruimtelijk of verbaal) een cruciale component is (modaliteit effect).

Methode: 54 deelnemers werden gerandomiseerd ingedeeld in drie groepen: reactivatie+Tetris (visueel-ruimtelijk), reactivatie+woord spelletjes (verbaal) of alleen reactivatie (geen taak). Ze keken daarna naar een aversieve film (dag 0) en deden verslag van intrusieve herinneringen aan de film in dagboek A. Op de 4e dag werd het geheugen gereactiveerd, waarna de deelnemers 10 minuten lang Tetris of woordspelletjes speelden, of ze kregen geen taak. Ze hielden daarna een tweede dagboek (B) bij. Informatieve hypothesen werden geëvalueerd met gebruik van Bayes factoren.

Resultaten: Reactivatie+Tetris en reactivatie+woord spelletjes resulteerden in minder instrusieve herinneringen dan alleen reactivatie vanaf de laatste dag van dagboek A tot de eerste dag van dagboek B (doel 1 en 2). Beide taken waren dus effectief, zelfs wanneer ze toegepast werden dagen na het analoge trauma. Alleen reactivatie was niet effectief. Reactivatie+woord spelletjes leken te leiden tot minder intrusieve herinneringen dan reactivatie+Tetris (doel 3: modaliteit effect), maar dit bewijs was zwak. Verkennende analyses lieten zien dat woord spelletjes moeilijker zijn dan Tetris.

Conclusies: Het toepassen van een taak 4 dagen na de trauma film (gedurende geheugen -herconsolidatie) was effectief. Er kunnen geen conclusies worden getrokken over vraag over modaliteit versus de belasting van het werkgeheugen.

Trefwoorden: Trauma film, posttraumatische stressstoornis, PTSS, intrusies, reconsilidatie, intrusieve herinnering, onvrijwillige herinnering, mentale beelden, werkgeheugen

APA formaat citatie: van, d. B., Tollenaar, M. S., Spinhoven, P., Penninx, B. W. J. H., & Elzinga, B. M. (2017). A new perspective on PTSD symptoms after traumatic vs stressful life events and the role of gender. European Journal of Psychotraumatology, 8(1), 1380470. doi:10.1080/20008198.2017.1380470

Dit artikel is online gepubliceerd op 13 november 2017.

Vertaling: Diana van Oort

Efficiënte identificatie van geestelijke gezondheidsproblemen van vluchtelingen in Duitsland

Auteurs: Elisa Kaltenbach, Eva Härdtner, Katharin Hermenau, Maggie Schauer & Thomas Elbert

Originele titel: Efficient identification of mental health problems in refugees in germany: The refugee health screener.

Achtergrond: Een substantieel aantal vluchtelingen heeft psychische klachten. Dit gegeven behoeft dringend aandacht, gezien de groeiende vluchtelingen populatie in Europa. Hoewel EU richtlijnen voorschrijven dat kwetsbare individuen zoals overlevers van traumatische gebeurtenissen, geïdentificeerd en ondersteund moeten worden, bestaat er geen adequaat gevalideerd en alomvattend screeningsinstrument voor psychopathologie voor vluchtelingen die verblijven in Europa.

Doel: We hebben de bruikbaarheid, validiteit en betrouwbaarheid bestudeerd van de Refugee Health Screener– 15 (RHS-15), een tijdsefficiënt en gemakkelijk toe te passen screeningsinstrument ontwikkeld door Hollifield et al. (2013) een zelfrapportage-instrument en interview.

Methode: Een steekproef bestaande uit vluchtelingen afkomstig uit verschillende landen (N=86), die representatief zijn voor de vluchtelingen die rondom de jaarwisseling 2015/2016 in Duitsland arriveerden, vulden de RHS-15 zelfstandig in. Een semigestructureerd klinisch interview werd later afgenomen bij een aselecte deelsteekproef (N=56).

Resultaten: 52% van de onderzochte vluchtelingen testte positief op de RHS-15, wat aantoont dat ze op dit moment geestelijke gezondheidsproblemen hebben. De RHS-15 liet zien dat het een bruikbaar, betrouwbaar en valide instrument is zowel wat betreft de zelfrapportage versie als de interview versie. Het spoorde relevante geestelijke gezondheidsproblemen op zoals PTSS, depressie, angst of problemen met somatisatie. Een verkorte 13-vragen versie bewees net zo valide te zijn.

Conclusies: Gecombineerd met eerder onderzoek met de RHS bij vluchtelingen die in de Verenigde Staten wonen, duidt dit onderzoek erop dat de RHS een tijdsefficiënt en accuraat instrument is om veelvoorkomende geestelijke gezondheidsproblemen te detecteren bij een breed scala aan vluchtelingen. De RHS kan in de toekomst gebruikt worden als een instrument om kwetsbare vluchtelingen te identificeren, bijvoorbeeld door het te integreren in het eerste medische onderzoek in de gastgemeenschap, om zo ondersteuning te initiëren.

Trefwoorden: Vluchteling, Asielzoeker, Screening, Geestelijke gezondheid, Psychiatrische stoornis, Psychometrisch, Validering, Europa, Duitsland.

APA formaat citatie: Kaltenbach, E., Härdtner, E., Hermenau, K., Schauer, M., & Elbert, T. (2017). Efficient identification of mental health problems in refugees in germany: The refugee health screener. European Journal of Psychotraumatology, 8, 1389205. doi:10.1080/20008198.2017.1389205

Dit artikel is online gepubliceerd op 7 november 2017.

Vertaling: Diana van Oort

Het versterken van geestelijke gezondheidssystemen voor Syrische vluchtelingen in Europa en het Midden-Oosten: integreren van schaalbare psychologische interventies in 8 landen

Auteurs: Marit Sijbrandij, Ceren Acarturk, Martha Bird, Richard A Bryant, Sebastian Burchert, Kenneth Carswell, Joop de Jong, Cecilie Dinesen, Katie S. Dawson, Rabih El Chammay, Linde van Ittersum, Mark Jordans, Christine Knaevelsrud, David McDaid, Kenneth Miller, Naser Morina, A-La Park, Bayard Roberts, Yvette van Son, Egbert Sondorp, Monique C. Pfaltz, Leontien Ruttenberg, Matthis Schick, Ulrich Schnyder, Mark van Ommeren, Peter Ventevogel, Inka Weissbecker, Erica Weitz, Nana Wiedemann, Claire Whitney & Pim Cuijpers

Originele titel: Strengthening mental health care systems for Syrian refugees in Europe and the Middle East: Integrating scalable psychological interventions in 8 countries

Abstract: De crisis in Syrië heeft ertoe geleid dat grote aantallen vluchtelingen asiel zoeken in zowel de omringende landen als in Europa. Vluchtelingen lopen een aanzienlijk risico op het ontwikkelen van algemene psychische klachten, zoals depressie, angststoornis en posttraumatische stressstoornis (PTSS). De meeste vluchtelingen hebben voor behandeling hiervan geen toegang tot de geestelijke gezondheidszorg, vanwege verschillende barrières in nationale- en in de specifieke geestelijke gezondheidszorgsystemen voor vluchtelingen, waaronder een beperkte beschikbaarheid van geestelijke gezondheid professionals. Om sommige van de uitdagingen die voortkomen uit een beperkte capaciteit van het geestelijke gezondheidszorgsysteem tegen te gaan, heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) een range van schaalbare psychologische interventies ontwikkeld die gericht zijn op het reduceren van psychologische stress/nood en het verbeteren van het functioneren van mensen die leven in gemeenschappen die getroffen zijn door tegenslag. Deze interventies, waaronder probleem management plus (PM+) en varianten erop, zijn bedoeld om face to face/persoonlijk overgebracht/aangereikt te worden door individuen of groepen of een smartphone systeem door niet-professionals die geen specialistische geestelijke gezondheidstraining hebben ontvangen. We bieden een evidence-based rationale aan voor het gebruik van the schaalbare PM+ georiënteerde programma’s die worden aangepast/bewerkt voor Syrische vluchtelingen en we geven informatie over het pas gelanceerde STRENGTHS programma voor aanpassing, testen en scaling up van PM+ in verschillende modaliteiten in zowel de omringende landen als in Europese landen die Syrische vluchtelingen onderdak verlenen.

Trefwoorden: vluchtelingen, Syrië, psychotherapeutische interventies, implementatie, taakverschuiving, psychische klachten, cognitieve gedragstherapie (CGT), probleemoplossende therapie/ problem solving treatment (PST), E-mental health interventies

APA formaat citatie: Sijbrandij, M., Acarturk, C., Bird, M., Bryant, R. A., Burchert, S., Carswell, K., . . . Cuijpers, P. (2017). Strengthening mental health care systems for syrian refugees in europe and the middle east: Integrating scalable psychological interventions in eight countries. European Journal of Psychotraumatology, 8, 1388102. doi:10.1080/20008198.2017.1388102

Dit artikel is online gepubliceerd op 7 november 2017.

Vertaling: Diana van Oort

De effectiviteit van psychosociale interventies bij door oorlog getraumatiseerde vluchtelingen en ontheemde minderjarigen – systematische review en meta-analyse

Auteurs: Agnes NoconRima Eberle-SejariJohanna Unterhitzenberger & Rita Rosner

Originele titel: The Effectiveness of psychosocial Interventions in war-traumatized refugee and internally displaced Minors – Systematic Review and Meta-analysis

Achtergrond: De Verenigde Naties rapporteerde dat in 2016 wereldwijd meer dan 65 miljoen mensen gedwongen werden hun huis te verlaten. Meer dan 50% hiervan waren kinderen en adolescenten. Een substantieel aantal van hen is getraumatiseerd en ontheemd door oorlog.

Doel: Om een overzicht te krijgen van de effectiviteit van psychosociale interventies bij bovenstaande groep, hebben we een narratief review en een meta-analyse van interventie studies gedaan die data presenteren over posttraumatische symptomen, depressie, angst, rouw en stress.

Methode: We hebben PILOTS, MEDLINE, WoS, Embase, CENTRAL, LILACS, PsycINFO, ASSIA, CSA en SA doorzocht om studies te vinden over behandeluitkomsten van door oorlog getraumatiseerde en ontheemde kinderen en adolescenten. De effectgrootte (EG) tussen groepen en pre-post EG zijn gereconstrueerd voor ieder onderzoek. Pre-post EG zijn berekend door gebruik te maken van een random-effect model.

Resultaten: Het narratieve review betreft 23 studies met een grote variatie aan behandelingen. Van de 35 tussen-groep effectgroottes  waren er maar 6 significant, allen vergeleken met controlegroepen zonder behandeling. Twee van deze studies rapporteerden significante bijwerkingen op symptomen van stress of op symptomen van depressie. Bij het berekenen van pre-post effectgroottes, werden de positieve resultaten tussen groepen van CBT en interpersoonlijke therapie (IPT) gereproduceerd en enkelvoudige andere behandelingen lieten significante positieve effecten zien. Echter, de gemiddelde pre-post effecten voor PTBS en depressie konden niet worden geïnterpreteerd vanwege de grote heterogeniteit van de geϊncludeerde studies (PTSS: EG=0.78; I2=88.6%; depressie: EG=0.35; I2=93.1%). Alleen het gemiddelde pre-post effect voor 7 actieve CBT-behandelingsgroepen voor depressie, EG=0.30, 95%; CI [0.18, 0.43] was te interpreteren (Q=3.3, df=6, p=0.77).

Conclusie: Hoewel het aantal kinderen en adolescenten dat ontheemd is geraakt door oorlog groot is, zijn er helaas weinig behandelstudies gedaan en zijn de beschikbare studies vaak van een lage methodologische kwaliteit. De effectgroottes waren slechter dan resultaten die geobserveerd werden bij getraumatiseerde minderjarigen in het algemeen en waren vaak klein of niet significant. Echter, CBT en IPT lieten veelbelovende resultaten zien die gerepliceerd dienen te worden..

Trefwoorden: vluchtelingen, ontheemd, oorlog, kinderen, adolescenten, psychotherapie, psychologische interventies

APA formaat citatie: Nocon, A., Eberle-Sejari, R., Unterhitzenberger, J., & Rosner, R. (2017). The effectiveness of psychosocial interventions in war-traumatized refugee and internally displaced minors: Systematic review and meta-analysis.European Journal of Psychotraumatology, 8, 1388709. doi:10.1080/20008198.2017.1388709

Dit artikel is online gepubliceerd op 7 november 2017.

Vertaling: Diana van Oort

Systematische zoektocht naar Bayesiaanse statistiek in het veld van psychotraumatologie

Auteurs: Rens van de Schoot, Naomi Schalken & Miranda Olff

Originele titel: Systematic search of Bayesian statistics in the field of psychotraumatology

Veel verschillende disciplines zijn toenemend geïnteresseerd in Bayesiaanse analyse. Bayesiaanse methodes implementeren de theorie van Bayes, die stelt dat bestaande overtuigingen worden geüpdatet met data, en dit proces levert aanpassingen op van overtuigingen over model parameters. De bestaande overtuiging is zowel gebaseerd op hoeveel informatie we denken dat we hebben voorafgaand aan de data verzameling, als op hoe accuraat we denken dat deze informatie is. Om het gebruik van Bayesiaanse statistiek in het veld van de psychotraumatologie te stimuleren, hebben we een themanummer over het gebruik van Bayesiaanse statistiek geïnitieerd.
We introduceren eerst kort hoe en waarom Bayesiaanse statistiek al wordt toegepast in de vorm van het beschrijven van de resultaten van een systematische zoektocht in het veld van psychotrauma. Redenen die genoemd werden zijn: flexibel testen van hypothesen; het updaten van waarschijnlijkheden; geen noodzaak van grote data sets; imputeren van vermiste data; maakt het mogelijk om te gaan met technische complexiteit. Vervolgens beschrijven we de artikelen die zijn ingezonden als onderdeel van deze speciale uitgave over Bayesiaanse statistiek. De interesse in Bayesiaanse statistiek is recent toegenomen.

Trefwoorden: Bayes, Bayes Factoren, Waarschijnlijkheid, PTSS, Psychotrauma

APA formaat citatie: van, d. S., Schalken, N., & Olff, M. (2017). Systematic search of bayesian statistics in the field of psychotraumatology. European Journal of Psychotraumatology, 8, 1375339. doi:10.1080/20008198.2017.1375339

Dit artikel is online gepubliceerd op 31 oktober 2017.

Vertaling: Diana van Oort

De weg naar geestelijke gezondheidszorg voor UK veteranen: een kwalitatieve studie

Auteurs: Harriet Mellotte, Dominic Murphy, Laura Rafferty & Neil Greenberg

Originele titel: Pathways into mental health care for UK veterans: a qualitative study

Achtergrond: Veteranen die lijden onder geestelijke gezondheidsproblemen maken onvoldoende gebruik van de geestelijke gezondheidszorg

Doel: Deze studie heeft als doel meer te begrijpen van de belemmerende en faciliterende factoren voor  veteranen die professionele hulp zoeken. Een tweede doel is om potentiële mechanismen te exploreren die hulpzoekend gedrag en toegang tot de zorg kunnen verbeteren.

Methode: De studie heeft een kwalitatief design waarbij 17 veteranen die recent gebruik maakten van specialistische geestelijke gezondheidszorg deelnamen aan semigestructureerde interviews. De daarvan afkomstige data werden geanalyseerd met behulp van Grounded Theory.

Resultaten: De deelnemers beschreven twee onderscheidende stadia in hun zoeken naar hulp: het eerste zoeken naar hulp; en vervolgens de route tijdens de behandeling. Specifieke barrières en facilitators werden geïdentificeerd tijdens elk stadium. Eerste barrières betroffen het herkennen dat er een probleem is, zichzelf stigmatiseren en een verwacht publiek stigma. Eerste facilitators betroffen in een crisis verkeren, sociale ondersteuning, motivatie en de media. Barrières bij het zoeken naar passende behandeling betroffen praktische factoren en negatieve opinies over gezondheidszorg en professionals. Facilitators bij het zoeken naar behandeling waren het hebben van een diagnose, gezien worden in een instelling specifiek voor veteranen en het tot stand brengen van een goede therapeutische relatie. De deelnemers gaven enkele suggesties voor interventies om het hulp zoeken van veteranen in de toekomst te verbeteren; deze richten zich op het vergroten van de kennis over geestelijke gezondheidsproblemen bij zowel de veteranen als bij de professionals in de geestelijke gezondheidszorg.

Conclusies: Deze studie presenteert een aantal barrières en facilitators die impact kunnen hebben op de weg die veteranen afleggen als ze hulp zoeken bij de geestelijke gezondheidszorg. Facilitators zoals het in crisis raken, sociale ondersteuning, de media, het hebben van een PTSS diagnose en geestelijke gezondheidsinstellingen speciaal voor veteranen blijken belangrijk in het tegengaan van (zelf-) stigmatisering en in de ondersteuning van hulpzoekend gedrag bij veteranen.

Trefwoorden: veteranen, ex-militair personeel, geestelijke gezondheid, stigma, barrières, hulp zoeken

APA formaat citatie: Mellotte, H., Murphy, D., Rafferty, L., & Greenberg, N. (2017). Pathways into mental health care for UK veterans: A qualitative study. European Journal of Psychotraumatology, 8(1), 1389207. 10.1080/20008198.2017.1389207

Dit artikel is online gepubliceerd op 25 oktober 2017.

Vertaling: Diana van Oort

Het beoordelen van therapeutische verandering in patiënten met ernstige dissociatieve stoornissen: voortgang in vragenlijsten voor behandelevaluatie voor therapeut en patiënt.

Auteurs: Hugo SchielkeBethany Brand & Angelika Marsic

Originele titel: Assessing therapeutic change in patients with severe dissociative disorders: the progress in treatment questionnaire, therapist and patient measures

Achtergrond: Er is weinig onderzoek gedaan naar de behandeling van dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) en de nauw hieraan verwante dissociatieve stoornissen (DS). Dit onderzoek wordt tevens bemoeilijkt door het gebrek aan een betrouwbaar, valide instrument om het effect van behandeling in deze populaties te meten.

Doel: Dit artikel presenteert psychometrische data voor therapeut- en patiëntvragenlijsten, ontwikkeld om therapeutische voortgang en behandeluitkomsten te evalueren voor individuen met DIS en andere DS: de Progress in Treatment Questionnaire– therapeut (PITQ-T; een therapeuten versie), en de Progress in Treatment Questionnaire– patiënt (PITQ-p; een patiënt versie).

 Methode: We hebben de data onderzocht van 177 patiënt-therapeut paren (N totaal=354) die participeerden in de TOP DS netwerk studie, een online psycho-educatief programma dat gericht is op het ondersteunen van patiënten met DS om veiligheid, reguleren van emoties en het managen van dissociatieve en posttraumatische symptomen tot stand te brengen.

 Resultaten: De PITQ-t en PITQ-p laten een goede interne consistentie zien en een matige convergerende validiteit gerelateerd aan bestaande instrumenten op het gebied van emotionele ontregeling, dissociatie, posttraumatische stressstoornis, en psychologische kwaliteit van leven – kenmerkende probleemgebieden voor patiënten met DS. De instrumenten waren ook significant gerelateerd aan, in de te verwachten richting, positieve emoties, sociale relaties en zelfbeschadiging en gevaarlijk gedrag. De door de patiënt ingevulde PITQ-p, die gebruikt kan worden als een procesmaat om behandelingen te helpen plannen, had een sterkere relatie met bestaande instrumenten dan de PITQ-t.

Conclusies: De PITQ-t en PITQ-p kunnen gebruikt worden, en aanvullend onderzocht en verfijnd worden voor de beoordeling van de therapeutische voortgang van patiënten met DS.

Trefwoorden: dissociatieve identiteitsstoornis (DIS), dissociatieve stoornissen (DS), posttraumatische stressstoornis (PTSS), PTSS, dissociatieve subtype, complex trauma, voortgang, uitkomst, assessment, vragenlijsten

APA formaat citatie: Schielke, H., Brand, B., & Marsic, A. (2017). Assessing therapeutic change in patients with severe dissociative disorders: The progress in treatment questionnaire, therapist and patient measures. European Journal of Psychotraumatology, 8(1), 1380471. doi:10.1080/20008198.2017.1380471

Dit artikel is online gepubliceerd op 13 oktober 2017.

Vertaling: Diana van Oort

Trauma is a Public Health Issue

Auteurs: Kathryn M. Magrude, Katie A. McLaughlin & Diane L. Elmore Borbon

Originele titel: Trauma is a Public Health Issue

Blootstelling aan traumatische ervaringen is alomtegenwoordig in samenlevingen over de hele wereld. Dit leidt tot substantiële kosten voor zowel het individu als voor de samenleving, en wordt hiermee een belangrijk wereldwijd volksgezondheidsprobleem. We tonen aan dat trauma een volksgezondheidsprobleem is door de rol van factoren die op verschillende niveaus van invloed opereren -individueel, relaties, gemeenschap en samenleving- te benadrukken die zowel het optreden van trauma als haar nasleep verklaren. We presenteren doelen voor traumapreventie en -gevolgen en geven voorbeelden waar preventieve volksgezondheidsbenaderingen succes hebben gehad, binnen de context van dit model dat verschillende niveaus heeft.
Tot slot beschrijven we de essentiële rol die volksgezondheidsbeleid heeft bij het adresseren van trauma als een wereldwijd volksgezondheidsprobleem, inclusief de belangrijkste uitdagingen voor wereldwijde volksgezondheid en vervolgstappen voor het ontwikkelen en implementeren van een volksgezondheidsagenda die goed geïnformeerd is over trauma.
Een volksgezondheidsraamwerk dat werkt op verschillende beslissingsniveaus is cruciaal voor het begrijpen van risico’s en beschermende factoren van traumatische ervaringen en de nasleep ervan en voor het genereren van mogelijkheden voor preventie.

Trefwoorden: Trauma, Volksgezondheid, Preventie, Vroegtijdige interventie, Traumatische stress, Ramp

APA formaat citatie: Magruder, K. M., McLaughlin, K. A., & Elmore Borbon, D. L. (2017). Trauma is a public health issue. European Journal of Psychotraumatology, 8(1), 1375338. doi:10.1080/20008198.2017.1375338

Dit artikel is online gepubliceerd op 9 oktober 2017.

Vertaling: Diana van Oort

Posttraumatische stress stoornis modereert de relatie tussen blootstelling aan traumatische ervaringen en chronische pijn

Auteurs: J. Siqveland, T. Ruud & E. Hauff

Originele titelPost-traumatic stress disorder moderates the relationship between trauma exposure and chronic pain

Achtergrond: Blootstelling aan traumatische ervaringen en posttraumatische stressstoornis (PTSS) zijn risicofactoren voor chronische pijnklachten. Deze studie onderzocht hoe blootstelling aan opzettelijke en niet-opzettelijke traumatische gebeurtenissen en PTSS gerelateerd zijn aan de ernst van pijn en de uitkomst van behandeling van patiënten met chronische pijnklachten.

Methode: Blootstelling aan potentieel traumatische gebeurtenissen is gemeten, psychiatrische diagnoses zijn vastgesteld met een gestructureerd klinisch interview evenals de ernst van de pijn bij 63 patiënten in een tweedelijns multidisciplinaire pijnkliniek aan het begin van de behandeling en het niveau van de pijn is opnieuw gemeten tijdens een follow up onderzoek. We deden een aantal multiple regressie analyses met ‘ernst van de pijn’ (in de eerste sessie en bij follow up) als afhankelijke variabelen. Predictoren waren: ‘Blootstelling aan potentieel traumatische gebeurtenissen’ en ‘PTSS’.
Blootstelling aan potentieel traumatiserende gebeurtenissen en PTSS namen af wat betreft de ernst van de pijn in de initiële sessie en bij de follow up in een set van multipele regressieanalyses.

Resultaten: De deelnemers rapporteerden blootstelling aan gemiddeld vier potentiele traumatiserende gebeurtenissen, en 32% had PTSS. Blootstelling aan opzettelijk traumatiserende gebeurtenissen en PTSS waren significant geassocieerd met ernstiger pijn, en PTSS modereerde de relatie tussen blootstelling aan trauma en pijn significant (allen p <.05). De behandeling zorgde voor een matige reductie van de pijn, een resultaat dat geen relatie had met de blootstelling aan traumatische gebeurtenissen en PTSS.

Conclusies: De blootstelling aan traumatische gebeurtenissen is op dezelfde manier gerelateerd aan chronische pijn als aan psychische stoornissen, waarbij opzettelijk traumatiserende gebeurtenissen het sterkst zijn verbonden met de ernst van de pijn. De relatie tussen blootstelling aan een traumatische gebeurtenis en pijn wordt gemodereerd door PTSS. Hoewel pijn-patiënten met PTSS in eerste instantie meer pijn rapporteren, reageerden ze hetzelfde op specialistische pijnbehandelingen als patiënten zonder PTSS.

Trefwoorden: Blootstelling aan traumatische gebeurtenissen, Posttraumatische stress, Chronische pijn, Behandeling.

APA formaat citatie: Siqveland, J., Ruud, T., & Hauff, E. (2017). Post-traumatic stress disorder moderates the relationship between trauma exposure and chronic pain. European Journal of Psychotraumatology, 8(1), 1375337. doi:10.1080/20008198.2017.1375337

Dit artikel is online gepubliceerd 0p 19 september 2017.

Vertaling: Diana van Oort